Wat is datagedreven werken in het magazijn (en wat is het niet)?
Beslissingen, procesoptimalisaties en strategische keuzes worden gebaseerd op heldere analyses en data, dat is wat datagedreven werken in het magazijn in het kort inhoudt. Aannames of intuïtie gebruiken, komt hier niet aan te pas.
In magazijnen merken we dat er vaak een terughoudendheid is als het aankomt op datagedreven werken. Dit zien we vooral bij bedrijven die al jaren meegaan en nog niet zijn gestart met wat ze zelf beschrijven als datagedreven werken. Wanneer ze eindelijk de stap maken om van start te gaan met datagedreven werken in het magazijn, is er vaak geen houden meer aan.
De winst zit juist in klein beginnen, snel leren en stap voor stap uitbreiden. Daarna breidt u het zelf automatisch steeds verder uit.
Kies 3 KPI’s die u morgen al kunt meten
Als u vandaag start, kies dan maximaal drie KPI’s. Daarmee voorkomt u dat u verdrinkt in cijfers en geen actie meer krijgt. Dit zijn vaak de meest bruikbare starters-KPI’s:
1. Pickfouten (kwaliteit)
Wat meet u? Aantal fout gepickte orderregels per dag/week.
Waarom belangrijk? Fouten kosten direct tijd (herpicken, retour, klantcontact).
Eenvoudige meting: Tel correcties/afwijkingen in uw WMS of registreer foutmeldingen op een bord.
2. Doorlooptijd order (snelheid)
Wat meet u? Tijd van “order vrijgegeven” tot “gereed voor verzending”.
Waarom belangrijk? Doorlooptijd toont waar het proces stokt (picking, packing, wachten op intern transport).
Eenvoudige meting: Start/stop-tijden uit WMS óf steekproef: 10 orders per dag timen.
3. Zoek- en loopverlies (efficiëntie)
Wat meet u? Tijd kwijt aan zoeken naar voorraad, middelen of locaties.
Waarom belangrijk? Dit is vaak de stille kostenpost: veel kleine vertragingen per dag.
Eenvoudige meting: Laat pickers 1 week lang turven: “zoeken/geen voorraad/middel kwijt” (30 seconden noteren is genoeg).
Start met een 'meetritme'
KPI’s werken pas als u een ritme afspreekt en volgt. Houd het klein:
Dagstart (5 minuten): 1 scorebord met uw 3 KPI’s (gisteren/deze week).
Wekelijks (15 minuten): 1 oorzaak kiezen en 1 actie afspreken.
Maandelijks (30 minuten): kijken of uw KPI’s nog de juiste zijn.
Belangrijk: maak het zichtbaar op de werkvloer. Een simpel whiteboard werkt vaak beter dan een dashboard dat niemand opent.
Van data naar actie: zo pakt u de grootste oorzaken aan
Zodra u meet, ziet u patronen. Vaak komen de oorzaken neer op drie thema’s:
1. Locatie- en artikelbeheer: “het ligt niet waar het hoort”
Als werknemers vaak moeten zoeken of fout picken, betekent dat in de basis meestal: locaties zijn onduidelijk, onlogisch of worden anders gebruikt dan afgesproken.
Praktische acties:
Maak vaste locaties voor fast movers (A-locaties) dichtbij packing.
Werk met logische codering (gang–stelling–niveau–vak).
Gebruik duidelijke labeling op locaties én op bakken.
Hier helpen fysieke hulpmiddelen direct. Denk aan magazijnbakken om artikelen per locatie te scheiden en overzichtelijk te houden, en aan stevige labelhouders/etiketten zodat een locatie ook echt “altijd dezelfde” blijft.
2. Looproutes en intern transport: “we lopen om”
Als doorlooptijd hoog is en loopverlies stijgt, zit de winst vaak in routing en transportmiddelen.
Praktische acties:
Leg een vaste pickroute vast (zelfde volgorde, minder teruglopen).
Zet packing zo dat er geen kruising ontstaat met inkomende goederen.
Kies het juiste hulpmiddel per proces: orderpickkarren, rolcontainers of magazijnwagens.
Een rolcontainer kan bijvoorbeeld veel onnodige ritten voorkomen bij batchpicking of bij het verzamelen van orders per zone. Zeker bij piekdrukte kan huren van extra intern transportmiddelen interessant zijn, zodat u niet meteen hoeft te kopen.
3. Voorraadbetrouwbaarheid: “het systeem zegt ja, maar het vak is leeg”
Pickfouten en vertragingen ontstaan vaak door mismatch tussen systeem en werkelijkheid.
Praktische acties:
Introduceer cycle counting: elke dag 10–20 locaties tellen (in plaats van 1 grote jaarinventaris).
Registreer structureel: waarom was een locatie leeg? (verkeerd geboekt, diefstal, beschadiging, niet aangevuld).
Zet aanvullen (replenishment) als eigen taak vast, met een duidelijke trigger (min/max of signaal).
Begin klein: een 2-weken startplan
Wilt u meteen starten? Hieronder vindt u een praktisch plan dat in vrijwel elk magazijn past. En na twee weken heeft u bewijs: werkt het, ja of nee?
Week 1: meten en zichtbaar maken
Kies 3 KPI’s (pickfouten, doorlooptijd, zoek/loopverlies).
Spreek af hoe u meet (WMS, turflijst, steekproef).
Hang een scorebord op en start elke dag met 5 minuten update.
Week 2: Eén oorzaak, één verbetering
Kies de grootste oorzaak (bijv. “zoeken door onduidelijke locaties”).
Pak één zone aan: herlabelen, vaste locaties, artikelen in bakken groeperen.
Meet opnieuw: is het zoekverlies gedaald?
Hulp bij het bepalen van uw modulaire magazijninrichting?
U hoeft niet te wachten op een perfect systeem. Als u klein start, ritme aanbrengt en data koppelt aan acties, maakt u uw magazijn elke week een stukje voorspelbaarder. En dat merkt u direct: minder brandjes, minder spoed, meer rust op de vloer.
Wilt u sparren welke KPI’s en verbeterstappen het meest opleveren in uw situatie, en welke magazijninrichting of opslag- en transportmiddelen daarbij passen?
Neem gerust contact op voor een vrijblijvend advies of bekijk direct ons assortiment van +12.000 verschillende opslag- en transportmiddelen.
✅ Uitgebreid betaalgemak
✅ Op rekening kopen mogelijk
✅ Statusupdates via e-mail
✅ Track & Trace
✅ Makkelijk retourneren